De juiste strijktechniek op de contrabas: basis voor een volle klank

De contrabas staat bekend om zijn diepe, warme toon. Maar een mooie klank ontstaat niet vanzelf: het begint bij een goede strijktechniek. Zeker voor beginners kan het wennen zijn – de stok is zwaarder dan bij andere strijkinstrumenten en de snaren liggen verder uit elkaar. In dit artikel leer je hoe je als beginnende contrabassist een stabiele, volle toon ontwikkelt met de strijkstok.

1. Kies de juiste strijkstok

Er zijn twee hoofdtypen stokken voor de contrabas:

  • Franse stok: lichter, rechtop vastgehouden zoals bij cello
  • Duitse stok: breder, onderhands vastgehouden

Beide systemen hebben hun voor- en nadelen, maar het is vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur en stijl. Franse stok wordt vaker gebruikt in orkesten, Duitse stok komt veel voor in traditionele en barokke settings. Vraag je docent of leraar welke grip het beste bij jou past.

2. De strijkgreep

Franse stokgreep:

  • De duim rust op de stok of tussen het kikkerdeel en het stokhaar.
  • De vingers liggen losjes over de stok, met gebogen knokkels.
  • De pink bovenop de stok, voor balans.

Duitse stokgreep:

  • De stok ligt tussen de duim en de overige vingers.
  • De handpalm is naar boven gericht.
  • De stok ‘hangt’ in de vingers, waarbij de pols soepel blijft.

Belangrijk: ongeacht het type, de greep moet ontspannen, maar stabiel zijn. Geen geklem of stijfheid.

3. Houding van de rechterarm

  • De elleboog beweegt mee tijdens het strijken.
  • Houd je schouder laag en ontspannen.
  • De pols blijft soepel en volgt de boogbeweging lichtjes.

Let op dat je niet vanuit de schouder gaat duwen, maar de beweging verdeelt over arm en pols.

4. Hoek en contactpunt

De strijkstok hoort haaks op de snaar te staan, dus recht ten opzichte van de snaarlengte. De meest gebruikte contactzone ligt tussen de kam en het begin van de toets.

  • Dicht bij de kam: meer weerstand → luide, heldere toon (meer druk nodig)
  • Dicht bij de toets: zachtere, warmere klank (minder druk, sneller strijken)

Oefen om dit gebied bewust aan te voelen en af te wisselen.

5. Snelheid, druk en haarhoek

De toon op de contrabas ontstaat door het samenspel van drie factoren:

  • Druk: hoeveel gewicht je in de stok legt
  • Snelheid: hoe snel je strijkt
  • Haarhoek: hoe de strijkharen de snaar raken (volledig of deels)

Een mooie toon ontstaat bij de juiste balans tussen deze drie. Te veel druk zonder snelheid leidt tot gekras. Te weinig druk en te veel snelheid geven een dun geluid.

6. Begin met lange halen

Voor de eerste weken is het slim om te oefenen met lange, rechte halen op losse snaren:

  • Speel bijvoorbeeld 4 maten lang op de D-snaar, op halve noten
  • Focus op constante toon, gelijke snelheid en rechte stok

Doe dit met een spiegel of film jezelf – zo zie je of je hoek klopt en of je elleboog goed beweegt.

7. Veelvoorkomende fouten

  • Stok niet haaks op de snaar
  • Strijken met stijve pols of opgetrokken schouder
  • Te veel kracht zetten in plaats van gewicht gebruiken
  • Stok schuift weg over andere snaar (snaren raken elkaar)

Fouten zijn normaal – het belangrijkste is dat je ze op tijd herkent en corrigeert.


Een goede strijktechniek vraagt oefening en geduld. Maar zodra je een stabiele toon weet te produceren, opent zich een wereld aan muzikale mogelijkheden. Wil je ook leren hoe je pizzicato speelt of hoe je de juiste snaren kiest? Bekijk dan ook onze volgende artikelen voor contrabas.