Wat is het verschil tussen een altviool en een viool?
Voor veel beginnende strijkers is het niet direct duidelijk wat nu precies het verschil is tussen een altviool en een viool. Ze lijken sterk op elkaar qua vorm en bespeelwijze, maar verschillen wel degelijk in formaat, klank en functie binnen een ensemble. In dit artikel lees je alles over de belangrijkste verschillen, zodat je beter kunt bepalen welk instrument het beste bij jou past.
De bouw en afmetingen
Het meest in het oog springende verschil tussen een altviool en een viool is de grootte. Een altviool is over het algemeen groter dan een viool. Waar een viool meestal een corpuslengte van ongeveer 35,5 cm heeft, varieert de altviool tussen de 38 en 43 cm. Dit maakt het spelen op een altviool fysiek iets uitdagender, zeker voor mensen met kleinere handen of een kortere armlengte.
Naast het formaat is ook de dikte van de klankkast anders. De altviool heeft een bredere en iets diepere klankkast om de lagere tonen goed te kunnen laten resoneren. Hierdoor heeft het instrument een warme, donkere klankkleur die goed contrasteert met de lichtere toon van de viool.
De stemming en klank
De viool is gestemd van hoog naar laag als E-A-D-G. De altviool daarentegen is gestemd als A-D-G-C. Die lage C-snaar geeft de altviool zijn kenmerkende diepe toon. Door deze stemming klinkt de altviool een kwint lager dan de viool.
De klank van een altviool is vaak omschreven als zangerig, melancholisch en warm. In een strijkkwartet of orkest vervult de altviool meestal een ondersteunende rol tussen de hogere partijen van de violen en de lagere partijen van de cello. Toch komt de altviool steeds vaker naar voren als solo-instrument, zeker in moderne composities.
Speeltechniek en houding
Hoewel de houding bij beide instrumenten grotendeels hetzelfde is, vereist het spelen op een altviool net wat meer kracht en flexibiliteit. De grotere maat vraagt om iets bredere vingerzettingen en een langere strijkbeweging. Ook is de strijkstok van een altviool gemiddeld iets zwaarder, om beter grip te krijgen op de dikkere snaren.
Veel altviolisten beginnen op de viool en stappen later over. Dat is logisch: de basis van strijktechniek en notenlezen is hetzelfde. Wel lezen altviolisten vaak in de altsleutel (C-sleutel), terwijl violisten in de vioolsleutel (G-sleutel) lezen. Dit vraagt even om omschakeling, maar is met enige oefening goed aan te leren.
Wanneer kies je voor altviool?
De keuze voor altviool is vaak een combinatie van klankvoorkeur, fysieke geschiktheid en de rol die je in een ensemble wilt spelen. Sommige spelers voelen zich thuis in de warme, verbindende middenstem die de altviool biedt. Ook is er relatief veel vraag naar altviolisten in orkesten en ensembles, wat het instrument aantrekkelijk maakt voor gevorderde amateurs of conservatoriumstudenten.
Voor beginners is het belangrijk om eerst goed kennis te maken met beide instrumenten. Probeer ze allebei uit bij een muziekschool of instrumentmaker en luister goed naar de klank die jou het meeste aanspreekt.
Samenvattend
Hoewel de altviool en viool veel overeenkomsten hebben, zijn de verschillen essentieel. De altviool is groter, klinkt lager en heeft een eigen karakter en rol binnen de muziek. Of je nu kiest voor de sprankelende viool of de warme altviool: beide instrumenten hebben hun charme en uitdagingen. Ontdek wat het beste bij jou past, en laat je vooral inspireren door de unieke klank van de altviool.
